|
Achter een celdeur staan twintig halfnaakte
mannen in een betonnen hok met driehoog stapelbedden. "Dit
zijn tbc-lijders", zegt Ex-bokser Ihor Tsjar, pastor in een
grote gevangenis in L'viv. "Daar", hij wijst
een celdeur verder, "zitten aids-patiënten". Achter
een deken ligt een man te sterven. Thuis doodgaan mag niet. "In
dit land moet je je tijd uitzitten".
"Elke
week sterven hier 5 tot 7 gevangenen, aan ondervoeding, mishandeling,
ziekte", zegt Tsjar. Hij koopt van een toelage uit zijn parochie
(omgerekend 120 euro per maand), medicijnen en kleine flesjes
spijsolie, wat extra vet voor een paar broodmagere gevangenen.
Uit het eten krijgen ze dat niet: gierst op water, 650 gram brood
uit de gevangenisbakkerij, aardappelen, kool en soep van brandnetels
die de bewakers zomers buiten plukken. Voor de poort zitten de
vrouwen en kinderen die eten komen brengen. Die gevangenen hebben
geluk.
HULP VAN REDEMPTORISTEN
De paters redemptoristen in L'viv zijn de gevangenen te hulp gekomen. Voor de studenten van het seminarie is pastorale zorg aan hen sinds een paar jaar een reguliere studieopdracht. De stichting, waar Prit mee samenwerkt, financiert deze zorg. Voor 1500 euro per jaar bereiken de priesterstudenten heel veel. PRIT wil werkt ook daarvoor.
|